WAAROM ONTSTAAN ER TIJDENS DE WINTER "SCHEUREN EN NADEN" INWAAROM ONTSTAAN ER TIJDENS DE WINTER "SCHEUREN EN NADEN" IN HET PARKET?

(Herr BAUMANN - Voorzitter Federatie Parketplaatsers Duitsland)

Met de regelmaat van een klok krijgt de parketspecialist, elk jaar opnieuw, telefoontjes metvragen van de klanten hieromtrent. Dat gebeurt tijdens die perioden waarin de woning moetworden verwarmd en de klachten gaan dan over scheuren, voegen en spleten in het parket ennog meer van dat fraais.Het is bepaald niet gemakkelijk om de klant op dat ogenblik op zijn gemak te stellen en hem uit teleggen dat het gaat om een heel natuurlijk fenomeen dat te maken heeft met uitzetten en krimpenvan hout.Die hele problematiek werd tijdens de voorbije jaren nog wat sterker in de verf gezet in de pers,op radio en televisie. De media schrijven en tonen "zoveel slechte dingen" over de resultaten vanambachtelijk werk dat de verbruiker overgevoelig en uitermate wantrouwig is geworden. Diep inhem sluimert altijd ergens het vermoeden op de een of andere manier bedrogen te zijn.Die houding van de klant is eigenlijk merkwaardig. Er wordt immers tegenwoordig zoveelgesproken en geschreven over biologische bouwstoffen en materialen, over natuurlijkeconstructiematerialen gezond leven. Toch is de klant blijkbaar niet in staat om enig begrip op tebrengen voor een natuurlijk proces dat nu eenmaal eigen is aan hout.Vaak wordt er een vakkundig parketlegger bijgeroepen die probeert te verklaren dat hout eenhygroscopisch materiaal is dat zich aanpast aan het klimaat van de omgeving, zodat ook devochtigheidsgraad van het hout en het volume (van het parket) veranderen. Op dat ogenblikmaakt het reeds vermelde wantrouwen soms plaats voor groot onbegrip.Om die reden willen wij hier een paar argumenten opsommen of opnieuw in herinneringbrengen die de parketlegger kan gebruiken om bij de opdrachtgever (klanten/verbruikers) hetnodige begrip voor het mooie materiaal dat hout is op te brengen.Parket wordt volgens DIN-norm 280, pagina 1 tot 4, geleverd met een houtvochtigheidsgraadvan 9(+/-2)% en moet ook als zodanig worden geplaatst of gelegd. Die houtvochtigheidsgraadstemt overeen met een omgevingsklimaat van 20° tot 22° Celsius en met een relatieveluchtvochtigheid van 55 tot 60 %. Die gegevens staan ook vermeld in de onderhoudsinstructiesbij het parket, die volgens DIN 18356 voor parketvloeren aan de klant (op een aantoonbaremanier) moeten worden verstrekt.De hierboven genoemde normale omgevingsvoorwaarden vormen wel een jaarlijks gemiddelde.

De hierboven genoemde normale omgevingsvoorwaarden vormen wel een jaarlijks gemiddelde.In de zomer gaat men daar van nature uit boven; in de winter blijft men daar dan weer onderomdat de woning dan met een van de bestaande soorten verwarmingssystemen wordt verwarmd.Het kan dan ook niet anders of het hout, een natuurlijk produkt, wordt aan veranderingenonderhevig. In de zomer zal het parket onder invloed van het omgevingsklimaat lichtjes uitzetten,in de winter zal het dan weer lichtjes krimpen.Die gegevens zijn uiteraard al eeuwen lang bekend. Wij, parketleggers, zeggen dat trouwensuitdrukkelijk bij elke gelegenheid en wij wijzen ook op de gevolgen daarvan. Alleen dringt datblijkbaar moeilijk door, zeker in vergelijking met andere (kunstmatige) materialen.Een bekend instituut dat onderzoek en controle verricht op hout, heeft onlangs in dat verband enop basis van langdurig onderzoek documentatiemateriaal voor parket uitgewerkt, dat zekerbinnen afzienbare tijd gepubliceerd wordt. Hun resultaten vormen het uitgangspunt voor onzeargumentatie in wat volgt.Parket wordt in belangrijke mate beïnvloed door de omgeving. Het verstoren van dieomgevingsfaktoren, vooral dan wijzigingen van de relatieve vochtigheidsgraad in deomgevingslucht, heeft enerzijds negatieve en anderzijds positieve effecten op houten vloeren, metname op parket. Bij een relatieve luchtvochtigheid van 75 % in de zomer en een temperatuur van20 % Celsius zal de houtvochtigheidsgraad 14.5% bedragen. In de winter, wanneer de kamerskunstmatig worden verwarmd, daalt de relatieve luchtvochtigheid tot 45% wanneer eenconstante kamertemperatuur van 20% wordt aangehouden. De houtvochtigheid bedraagtgemiddeld 8.4%.Het is best mogelijk dat in verwarmde kamers een relatieve luchtvochtigheid van slechts 34% ofnog lager ontstaat; daarbij speelt het overigens geen rol of het nu gaat om vloerverwarming danwel om de gebruikelijke verwarming met convectoren. De houtvochtigheid bedraagt in dat gevalnog slechts 6.8%. Dat krijgt men trouwens ook bij gelakte parketvloeren, omdat laklagen deuitwisseling van vochtigheid tussen hout en de omgevingslucht niet verhinderen maar tenhoogste wat kunnen vertragen. Anders gezegd, door het lakken wordt het hygroscopischekarakter van het hout niet tenietgedaan. Door uitzetten en krimpen van het hout ontstaan er dusin de laklaag kleine uiterst minieme voegjes. Maar net dat fenomeen wordt door de consumentvaak gedramatiseerd. Die wijst er dan op dat er nu water en ook vuiligheid in de parketvloerkunnen binnendringen. Daarbij vergeet hij dan wel dat de laklaag niet tot doel heeft eenparketvloer waterdicht te maken. Zij dient in hoofdzaak om een blijvend mooi uitzicht tmaatregelen moeten worden genomen om het omgevingsklimaat op hetzelfde peil te houden.maatregelen moeten worden genomen om het omgevingsklimaat op hetzelfde peil te houden.Zoniet komt het parket door uitzetting onder druk te staan wanneer de woning niet moetverwarmd worden, terwijl op het einde van elke verwarmingsperiode min of meer zichtbarekleine voegjes verschijnen, die verschillend zijn van vorm. Die kleine voeg-jes, die er komenwanneer er wordt verwarmd (de klant spreekt in dat geval ten onrechte van "scheuren") kunnenechter zonder meer positief worden beinvloed of volledig worden voorkomen door de omgevingook tijdens de verwarmingsperiode voldoende vochtig te houden. Een dergelijke methode heefthelemaal geen nadelen voor parket en andere houtvloeren. Uit heel wat ervaring in de praktijkblijkt immers dat de spanningen die ontstaan door uitzetten en krimpen worden opgevangendoor de lijmen en door de onderliggende vloer en zonder enige schade worden afgebouwd.Indien er niet voor bijkomende bevochtiging van de ruimlte wordt gezorgd, droogt het houtonvermijdelijk meer uit. Enigzins jammer en ook onbegrijpelijk omdat toch met relatief weinigmoeite de vochtigheidsgraag op een niveau van 55 % op peil kan worden gehouden. Aan tebevelen zijn in dat verband apparaten met een ingebouwde controlehygrostaat(vochtigheidsregelaar). De beste resultaten werden bereikt met waterverdampingssystemen,maar die moeten dan wel worden onderhouden en gereinigd. Zo moet hetoverblijvende water worden uitgegoten en is het nodig om het hele apparaat om de 2 weken tereinigen. De filters moeten om de 4 tot 8 weken worden vervangen.Nu kan het zijn dat het voorgaande niet altijd goed wordt begrepen, ook niet door diegenen diezo graag natuurlijk willen leven. Wil men echter een hygiënische gezonde lucht en een zekerconfort, dan kan het gewoon niet anders.In dat kader past ook de verwijzing naar de onderhoudsinstructies voor het parket, waarletterlijk gezegd wordt: "Een constante luchtvochtigheidsgraad heeft zowel op de gezondheidvan de bewoners als op de kwaliteit van het patket een gunstig effect".De waterverdampers die men gewoonlijk aan radiatoren ziet hangen en die vaak niet eensgevuld zijn met water, volstaan niet om de vochtigheidsgraad van de omgevingslucht op eenconstant peil en binnen de voorgeschreven grenzen te houden. Daarvoor zijn ze te klein. Er kaneen kwart liter tot maximaal een halve liter in, wat betekent dat het verdampingsoppervlakminimaal is.Om tijdens een periode van 24 uur in een kamer met ongeveer 16 m2 vloeroppervlak en eennormale hoogte een relatieve luchtvochtigheid van 45 tot 50% te bereiken, is er ongeveer 2 tot 4liter water nodig, indien het gaat om een normale woninginrichting.Een ingerichte ruimte van 25 m2 en 2.5m hoog heeft bij een temperatuur van 20% Celsius enover een periode van 24 uur ongeveer 6 liter water nodig. En precies dat is hier zo belangrijk,omdat enkel door bevochtiging van de omgevingslucht het effect van uitdroging gevoelig wordtbeperkt.e gevenaan het houtoppervlak en zorgt voor een makkelijker onderhoud.

Het verdient dus aanbeveling om ervoor te zorgen dat de relatieve luchtvochtigheid op een peilHet verdient dus aanbeveling om ervoor te zorgen dat de relatieve luchtvochtigheid op een peilvan 55 % blijft. Dat biedt immers volgende voordelen:* uitdroging van het parket tot een onaanvaardbaar niveau wordt vermeden* het ontstaan van voegen wordt tot een minimum beperkt* krimpspanningen in de lijmen en ook in de ondervloer verminderen* de luchthygiëne wordt verbeterdOndanks al die tips zal de houtspecialist het ook in de toekomst moeilijk hebben om aan deconsument de eigenschappen van hout te verklaren. De parketlegger weet waarop hij moet lettenbij het verwerken van het parket. Het parket mag geen vochtigheid opnemen wanneer het wordtvervoerd of ergens wordt opgeslagen. Vooral moet worden vermeden om het parket op de werfzelf op te slaan.Indien men er zoals hierboven beschreven van uitgaat dat parket in de zomer een hogere en in dewinter (vooral bij vloerverwarming) een heel wat lagere vochtigheidsgraag heeft, dan kan menaannemen dat de gemiddelde waarde ongeveer bij 8% ligt.De parketsector zal bij de aan de gang zijnde aanpassingen van DIN 18356 en DIN 280 moetenverduidelijken of die gemiddelde waarde van 8% met een tolerantie van +/ 1% moet wordennagestreefd en kan worden behaald.Met de huidige verwarmingstypes kan men ervan uitgaan dat de luchtvochtigheid eerder te laag(te droog) dan te hoog (te vochtig) is en in de toekomst ook zal blijven. Dat leidt ons tot hetvolgende basisprincipe: hout dat dient voor constructiedoeleinden - vooral voor verwerkingbinnenshuis- moet bij de produktie, de opslag en de verwerking de vochtigheidsgraad hebben diehet in de loop van een jaar rekening houdend met de geplande en gegeven gebruiksvoorwaardengemiddeld heeft.In dat verband moet men echter eveneens beseffen dat de luchtvochtigheid in Noord- en Zuid-Duitsland in openlucht totaal verschillend is. Zo gaat men b.v. aan de kust in Noord-Duitslanduit van een permanente luchtvochtigheid van 80 tot 90 %. Het gevolg daarvan is een hogevochtigheidsgraad van het hout tijdens periodes waarin niet wordt verwarmd. Anderzijdsbetekent dat voor de lijmen en de chapevloeren een veel hogere belasting dan dat elders in onsland het geval is.Om al die redenen (omgevingsfaktoren,houtvochtigheid,verwarmingssystemen) is het gewoononvermijdelijk dat voegen optreden bij het plaatsen van hout. Voegen van 0.1 tot 0.5 mm zijn danook doorheen de verschillende seizoenen heel normaal.Voegen van 0.5 tot 1 mm vallen op en leiden tot klachten. Voegen van 1 mm en meer zijn ookvoor houtspecialisten niet meer acceptabel.Dergelijke voegen komen echter enkel voor wanneer de luchtvochtigheid in de betreffendekamers niet gecontroleerd en ook niet bijgestuurd wordt.

 


Afdrukken