PARKETVLOEREN EN VLOERVERWARMING


Houten vloerbedekkingen en vloerverwarmingen zijn te combineren, mits de volgende principes gerespecteerd worden.

  1. Beperking van de warmteweerstand door het vermijden van luchtlagen en door het beperken van de totale dikte van de vloerbedekking boven de verwarmingselementen. De vloerbedekking dient dus bij voorkeur gelijmd geplaatst te worden. De vloerbedekking mag ook los gelegd worden op voorwaarde dat de warmteweerstand van de onderlaag beperkt is. Meestal neemt men als grenswaarde voor de warmteweerstand boven de warmteafgifte elementen Rtb ≤ 0,18 m2K/W. Voor een dekvloerdikte boven de warmteafgifte elementen van minstens 50 mm (λdekvloer = 1 W/ mK), en indien men geen rekening houdt met de warmteweerstand van de lijmlagen, betekent dit een theoretische aanbevolen maximale dikte van de vloerbedekking (eventueel onderparket inbegrepen) van 22 mm voor loofhout.
  1. De maximale watertemperatuur van het verwarmingssysteem is 55 °C. Om redenen van thermisch comfort zorgt men ervoor dat de oppervlaktetemperatuur (is verschillend van de luchttemperatuur) van de vloer niet hoger ligt dan 28 °C. De relatieve luchtvochtigheid ter hoogte van het vloeroppervlak blijft hoger dan 30 %. Rekening houdend met de praktijk, is het aan te bevelen de vloerverwarming te gebruiken als basisverwarming en deze te combineren met convectoren voor piekverwarming of voor snelle opwarming. Het is raadzaam de vloerverwarming enkel te gebruiken als hoofdverwarming in goed geïsoleerde gebouwen
  1. Lagere limietwaarde voor het massavochtgehalte van de dekvloer met vloerverwarming: cementgebonden dekvloer maximum 2,0 % en  Anhydriet gebonden dekvloer maximum 0,6%.
  1. Het verwarmingssysteem wordt na de plaatsing van de dekvloer slechts na de juiste wachttijd en bovendien traag in werking gesteld (niet gebruiken voor het drogen van de dekvloer) : men moet de warmwatertemperatuur laten toenemen met 5 °C per dag tot deze 50 °C bedraagt, of tot een oppervlaktetemperatuur van de dekvloer van 28 °C is bereikt. Deze temperatuur wordt gedurende minimum 5 dagen aangehouden (ook in de zomer). 48 uur vóór de plaatsing van de vloerbedekking moet men de verwarming afzetten of op zeer lage temperatuur houden (oppervlaktetemperatuur 15 °C) en pas 3 dagen na de plaatsing van de houten vloerbedekking geleidelijk laten toenemen; d.w.z. maximum 5 °C stijging van de warmwatertemperatuur per dag.

BRON wtcb. (TVN 218)