AABLOS

PARKETVLOEREN

HOUTEN VLOEREN OP VLOERVERWARMING.    

Alvorens een parketvloer kan verlijmd worden op een dekvloer die voorzien is van vloerverwarming dient de vloerverwarming eerst opgestart te worden volgens een bepaald protocol. Een opbouw tot maximaal vermogen in 5 dagen, aanhouden van dit maximaal vermogen gedurende 5 dagen en daarna afbouwen van dit vermogen naar 0 in 5 dagen. Dit is de vereenvoudigde versie waarvan u de detail dient te verkrijgen via de fabrikant of installateur van de installatie. Dikwijls is dit protocol ingebouwd in de installatie. De vloerverwarming dient uitgezet te worden enkele dagen voor de plaatsing van de parket. 

WANNEER MAG DE VLOERVERWARMING TERUG OPGESTART WORDEN?

Na ca 3 dagen mag de vloerverwarming langzaam terug opgestart worden.  

Protocol zoals voorzien door WTCB:

Houten vloerbedekkingen en vloerverwarmingen zijn te combineren zowel bij elektrische als bij natte vloerverwarmingssystemen. Volgende principes dienen gevolgd te worden.

 

• Beperking van de warmteweerstand door het vermijden van luchtlagen en door het beperken van de totale dikte van de vloerbedekking boven de verwarmingselementen.  De vloerbedekking dient dus bij voorkeur gelijmd geplaatst te worden. De vloerbedekking  mag ook los gelegd worden op voorwaarde dat de warmteweerstand van de onderlaag beperkt is. Meestal neemt men als grenswaarde voor de warmteweerstand boven de warmteafgifteelementen Rtb ≤ 0,18 m2 K/W. Voor een dekvloer dikte  boven de warmteafgifte-elementen van minstens 50 mm (dekvloer = 1 W/ mK), en indien men geen rekening houdt met de warmteweerstand van de lijmlagen, betekent dit een theoretische aanbevolen maximale dikte van de vloerbedekking (eventueel onderparket inbegrepen) van 22 mm voor loofhout = 0,17 W/mK) en15 mm voor naaldhout  (naaldhout= 0,12 W/mK)

 

•  De maximale watertemperatuur van het verwarmingssysteem is 55 °C. Om redenen van thermisch comfort zorgt men ervoor dat de oppervlaktetemperatuur (is verschillend van de luchttemperatuur) van de vloer niet hoger ligt dan 28 °C  De relatieve luchtvochtigheid ter hoogte van het vloeroppervlak blijft hoger dan 30 %. Rekening houdend met de praktijk, is het aan te bevelen de vloerverwarming te gebruiken als basisverwarming en deze te combineren met convectors voor piekverwarming of voor snelle opwarming. Het is raadzaam de vloerverwarming enkel te gebruiken als hoofdverwarming in goed geïsoleerde gebouwen• Lagere limietwaarde voor het massavochtgehalte van de dekvloer met vloerverwarming : cementgebonden dekvloer maximum 2,0 %; anhydrietgebonden dekvloer maximum 0,6%

 

• Het verwarmingssysteem wordt na de plaatsing van de dekvloer slechts na de juiste wachttijden bovendien traag in werking gesteld (niet gebruiken voor het drogen van de dekvloer- kan wel gebruikt worden om te drogen voor restvocht als de dekvloer volledig is uitgehard) : men moet de warmwatertemperatuur laten toenemen met 5°C per dag tot deze 50°C bedraagt, of tot een oppervlaktetemperatuur van de dekvloer van 28 °C is bereikt. Deze temperatuur wordt gedurende minimum 5 dagen aangehouden (ook in de zomer). 48 uur vóór de plaatsing van de vloerbedekking moet men de verwarming afzetten of op zeer lage temperatuur houden (oppervlaktetemperatuur 15 °C) en pas 3 dagen na de plaatsing van de houten vloerbedekking geleidelijk laten toenemen; d.w.z. maximum 5 °C stijging van de warm-watertemperatuur per dag.• Bij het lijmen van de vloerbedekking moet men nagaan of de lijm hiervoor geschikt is. Thermohardende-lijmen worden om die reden bij vloerverwarming aanbevolen; in de praktijk gebruikt men hiervoor meestal een 2-component PU-lijm. Bij massieve plankenvloeren en parket geeft men,naast het werken met een onderparket, de voorkeur aan het gebruik van houtsoorten met geringe tot matige werking. Meerlagige parketten zijn dimensionaal stabieler en genieten in deze toepassing de voorkeur. Het wordt afgeraden tapijten te leggen op verwarmde parketvloeren aangezien hierdoor de warmteafgifte van het vloerverwarmingssysteem bijkomend belemmerd wordt. Bovendien bestaat het risico dat hierdoor het thermische comfort niet meer gegarandeerd is.

 

bron: wetenschappelijk centrum voor het bouwbedrijf (www.wtcb.be)