AABLOS

PARKETVLOEREN

Waaraan dient een cementdekvloer te voldoen om parket op te plaatsen?

 

Voorwaarden gesteld aan cementdekvloeren om geschikt te zijn voor verankerde parketvloeren.

 

 

Om rechtstreeks parket te verlijmen (verankeren) op nieuw geplaatste cementdekvloeren dienen deze droog en vlak te zijn en voldoende treksterkte te hebben. De toleranties van die eigenschappen worden door het WTCB vooropgesteld en door de parketplaatser gecontroleerd. 

Of een cementdekvloer voldoende droog is wordt gemeten met de carbuurmeter. Enkel deze meting geeft voldoende  juiste metingen. Omdat de carbuurmeting redelijk omslachtig is (zie carbuurmeting) worden informatief ook elektrische metingen uitgevoerd. Deze metingen kunnen enkel indicatief juist zijn omdat deze afhankelijk zijn van de samenstelling van de cementdekvloer of van het bouwmateriaal dat gemeten wordt in het bijzonder.

De vlakheid van de dekvloer heeft rechtstreeks invloed op de vlakheid van de parketvloer. Het is absoluut noodzakelijk parket te plaatsen op egale, vlakke dekvloeren. Bij plaatsing van stenen vloeren kan de lijm of bedding gebruikt worden om te nivelleren en pas te bereiken. parketvloeren volgen de vlakheid van de dekvloer en de lijmla(a)g(en) kunnen daarbij niet egaliserend toegepast worden.

De treksterkte van een cementdekvloer wordt gemeten met de kraspen. Bij de krasmethode worden 3 parallele lijnen in een hoek van 40° tot 60° in de vloer gekrast. De sterkte of krasvastheid van de harde vloer kan beoordeeld worden a.h.v. krassen en eventuele barsten in het bereik van de lijnen.